Difference between revisions 31572144 and 31606346 on nlwiki

{{wiu||2=2012|3=06|4=12}}
Directe ruil betekent ruil in natura. Indirecte ruil betekent goederen worden tegen geld geruild.
Om aan geld te komen stelde men productiefactoren ter beschikking. De 4 productiefactoren zijn: natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap.
(contracted; show full)
Vier functies van geld zijn: het moet duurzaam zijn, het moet in grote hoeveelheden makkelijk mee te nemen zijn, het moet deelbaar zijn, het moet algemeen aanvaard zijn.
Het verband tussen arbeidsspecialisatie en de behoefte aan ruilen is dat door arbeidsspecialisatie verkrijg je heel veel van hetzelfde maar niets van iets anders.


'''

=== Soorten beloningen ===
'''
Beloning is een vergoeding voor een geleverde prestatie. Hier praten we over vergoedingen vanwege het leveren van arbeid. De werknemer verricht lichamelijk/geestelijke arbeid en moet daarvoor door de werkgever worden beloond. Hiervoor zijn er 3 loonstelsels: tijdloon, stukloon en premieloon.

(contracted; show full)
De manier hoe je van tijdloon van docenten over kunt gaan op premieloon is als volgt. Het salaris van de dochten is ingedeeld in schalen en nummers. Men kan overwegen om docenten die meer presteren wel in schaal of nummer te laten promoveren, en docenten die dit niet doen niet. Voldoendes tellen is niet juist: het cijfer geeft geen inzicht in de kwaliteit van de docent. Het aantal studenten is een optie of een kwaliteitsoordeel van studenten.


'''

=== Inflatie ===
'''
Het inkomen gemeten in geld in het nominaal inkomen. Een loonstijging lijkt leuk voor de ontvanger, maar tegelijkertijd stijgen de prijzen.

Een reëel inkomen is de verhouding tussen het nominaal inkomen en de prijs van de goederen die men koopt. Dit word meestal gedaan aan de hand van indexcijfers.

Berekening procentuele stijgen/daling:

nieuw-oud:oudx100 = ...

CBS heeft als taak het bijhouden wat een gemiddeld gezin koopt en uitgeeft. Op basis hiervan wordt de Consumenten Prijs Index (CPI) berekent. CPI is maatstaf voor de inflatie.

Mogelijke redenen van een prijsstijging zijn:
1. Bestedingsinflatie
2. Kosteninflatie
3. Monetaire inflatie

Indien de inflatie langer dan 3 maanden negatief is spreekt men van een deflatie. Ten gevolge van onderbesteding dalen de prijzen. Het effect is dat mensen minder besteden in de hoop dat het volgende maand nog goedkoper is. Hierdoor koopt men alleen het hoogst noodzakelijke en probeert zoveel mogelijk te sparen. Inflatie en deflatie hebben een sneeuwbaleffect. Een sneeuwbaleffect wil zeggen dat indien er niets anders veranderd, het alleen sterker zal worden.

Chartaal geld zijn munten en bankbiljetten waarbij de verkoper de plicht heeft dit geld te aanvaarden. Giraal geld is geld dat op de bankpas staat of een creditcard. Op dit moment is er meer giraal dan chartaal geld. Verkoper is niet verplicht deze betaalmethode te accepteren maar de meeste doen dit wel op basis van vertrouwen, gemak en veiligheid.

'''

=== Het nationaal inkomen ===
'''
Nationaal inkomen is de optelling van alle inkomens in een bepaald land. Bij benadering is dit gelijk aan het bruto binnenlands product (de waarde van de producten die in het land worden geproduceerd).

(contracted; show full)
Er zijn 3 verschillende landen. Land A = inkomens zijn precies gelijk verdeeld, land B = er is natuurlijk sprake van bepaalde scheefheid en land C = er is een grotere mindere sociale verdeling van het inkomen.

Om te berekenen wat de verhouding is tussen het inkomen van de meest verdieners en de minst verdieners kan je deze formule gebruiken:

Meest:minst = verhouding in procenten


'''

=== Loonkosten en vakantiedagen ===
'''
Standaardvergadering voor geleverde prestaties is de basis voor loon. Als het loon maandelijks gelijk blijft hebben we het over salaris. De vergoeding kan veranderen door bijvoorbeeld: onregelmatigheidstoeslag, indiensttreding gedurende de maand, vakantiegeld en eindejaarsuitkering.

De werkgever is ook een vergoeding kwijt aan de belastingdienst: werkgeverslasten.

'''

=== Overige vergoedingen ===
'''
De kosten voor de factor arbeid genoemde vergoedingen zijn:
-* Inkomensafhankelijke vergoeding ziektekostenverzekering
-* Reiskostenvergoeding
-* Kerstpakket
-* Overige personeelsvoorzieningen

Er is geen ziekenfonds meer sinds invoering van de zorgverzekeringswet. Werkgevers worden in dit kader verplicht om ook een stuk premie te betalen. Niet aan de ziektekostenverzekeraars, maar rechtstreeks aan de fiscus. Werknemers die bijvoorbeeld een auto van het werk hebben betalen hierover inkomstenbelasting. De fiscus ziet dit als betaling in natura.

'''

=== Inhoudingen: loonheffing ===
'''
Loonheffing is voorbelasting op de inkomstenbelasting. Belangrijkste inhoudingen zijn loonbelasting en inhouding WW. De inhouding WW is 0% omdat de werkloosheid de afgelopen jaren laag was dat de door werkgevers opgebrachte premie al voldoende was.

Vitaliteitssparen houd in dat je met maximaal €5.000,- per jaar fiscaal vriendelijk sparen kan tot een mximum van in totaal 20.000,-. De regeling kent geen opnamedoelen en men mag vanaf 62 jaar geld opnemen uit het fonds.

De werkgevers betalen over het algemeen de premies voor de verzekeringen. De premies zijn 4,55%.

Het verschil tussen de witte en de groene tabel bij loonheffing is dat het bij de witte tabel draait om loon, en bij de groene om loon uit vroegere arbeid (pensioen).

'''

=== Inhoudingen: de sociale zekerheid ===
'''
Een omslagstelsel betekent dat de mensen en werkgevers van nu betalen voor diegene die een uitkering hebben. Daardoor is de loonheffing en de sociale zekerheid de vorming van het secundair inkomen. Pensioenen werken volgens het kapitaaldekkingsstelsel.

Bij sociale zekerheid zijn er een aantal verplichte verzekeringen, zoals werkloosheidsverzekering of zorgverzekering. Bij particuliere verzekeringen is dit anders, hier bepaal je zelf of je een opstalverzekering, inboedelverzekering, reisverzekering of wettelijke aansprakelijkheidsverzekering neemt. De sociale zekerheid bestaat uit drie onderdelen: werkenmersverzekeringen, volksverzekeringen en sociale voorzieningen.

'''

=== Begrippen met loon en loongerelateerde uitkeringen ===
'''
ADV = arbeidsduurverkorting; men gaat tot aan het pensioen in totaal minder uren werken.
Anciënniteit = het aantal jaren dat een werknemer in dienst is van het bedrijf of de instelling waar hij of zij werkt.
ANW - gat = ANW staat voor de Algemene Nabestaandenwet en is de opvolger van de AWW (Algemene Wezen- en weduwenwet) maar met lagere uitkeringen.
(contracted; show full)
WSW = (wet sociale werkvoorziening) Wet die als doel heft om aangepaste werkgelegenheid te scheppen voor mensen die, hoewel zij tot werken in staat zijn, als gevolg van lichamelijke/geestelijke tekortkomingen er niet in slagen werk te krijgen op de reguliere arbeidsmarkt.


'''

=== Inkomstenbelasting en tarieven box 1 ===
'''
Vormen van belastbaar inkomen in box 1:
-* loon
-* winst uit eigen onderneming
-* loon in natura (korting kinderopvang, rentevoordeel, vrij wonen en voordelig reizen.)
-* vakantiegeld
-* reiskosten
-* freelance
-* eigen woning
-* vergoeding voor vrijwilligerswerk meer dan 1.500 per jaar
-* terugontvangen premies
-* alimentatie
-* loon uit vroegere arbeid (pensioen, aow)

'''

=== Heffingkortingen uit box 1: ===
'''
Algemene heffingskorting - is voor iedereen.
arbeidskorting - voor iedereen met loon uit tegenwoordige arbeid.
ouderenkorting - voor iedere 65+
jonggehandicaptenkorting - voor iemand met een Wajong uitkering.
ouderschapsverlofkorting - voor diegenen die een lager inkomen hebben door gebruik te maken van ouderschapsverlof.

'''

=== Inkomen uit eigen woning in box 1: ===
'''
De volgende posten zijn aftrekbaar op het inkomen in box 1:
-* afsluitprovisie
-* makelaarscourtage van een onafhankelijke makelaar betreffende de waardebepaling
-* vergoeding voor notaris vanwege inschrijving lening in het kadaster
-* rente over een hypothecaire lening voor nieuwe badkamer
-* boeterente vanwege eerder aflossen van de oorspronkelijke hypothecaire lening

Dus niet aftrekbaar zijn:
-* overdrachtsbelasting 6% van de koopprijs van het onroerend goed
-* makelaarscourtage over aankoop van de nieuwe woning
-* vergoeding notaris vanwege de transportakte
-* rente over een hypothecaire lening binnen de overwaarde van de verkochte woning
-* rente over een hypothecaire lening voor een nieuwe auto
-* inrichting van de nieuwe woning
-* verhuiskosten

'''

=== Inkomstenbelasting in box 2 en 3 ===
'''
Personen die eventueel samen met hun fiscale partner minimaal 5% van een vennootschap (NV of BV) of coöperatie hebben komen in aanmerking voor inkomen in box 2.

3Drie bezittingen die vrijgesteld zijn van inkomstenbelasting in box 3 zijn:
-* bezittingen in box 1 en 2
-* persoonlijke bezittingen zoals huisraad, auto of caravan
-* kunstvoorwerpen

'''

=== Het aangifte programma ===
'''
-* Ga uit van "normale" situaties. Als er een nummer van een consulent wordt gevraag en die is er niet, hoef je die niet in te voeren. Is er verzoek gedaan tot aangifte? Ja. Klopt het opgegeven rekening nummer? Ja. Etc.
-* Gezamenlijk aangifte doen is aan te raden bij fiscale partners. Anders moeten bepaalde gegevens dubbel worden ingevuld. Wij gaan uit van de meest voorkomende situatie: als mensen samen wonen, dan doen ze ook samen aangifte.
-* Verschillende keren zal je tegenkomen dat een bedrag niet bekend is, dan kan je deze opzoeken in het programma of op het internet omdat deze bedragen een standaard bedrag zijn.