Difference between revisions 33438614 and 33494325 on nlwiki[[Bestand:Monceau, F. Graaf du, escadrons commandant 5de regiment Franse jagers.jpg||225px|thumb|Jean François Dumonceau]] '''Jean François graaf Dumonceau''' ([[Brussel (stad)|Brussel]], [[1 maart]] [[1790]] - [[Den Haag]], [[1 maart]] [[1884]]) was een Nederlands [[luitenant-generaal]], onder meer [[officier]] in de [[Militaire Willems-Orde]]. ==Familie== Dumonceau werd geboren als zoon van [[Jean-Baptiste Dumonceau]] en diens eerste vrouw Anna Maria Apollonia Colinet (1758-1795). De zonen uit het tweede huwelijk van zijn vader opteerden allen voor de Belgische nationaliteit zodat hij de stamvader werd van de Nederlandse tak. Hij trouwde in 1819 met Thérèse Anne Ghislaine d'Aubremé (1797-1861) met wie hij vijf kinderen kreeg, onder wie [[Charles Henri Felix Dumonceau]]. ⏎ ⏎ ==Loopbaan== ===Napoleontische oorlogen=== Dumonceau trad op 19 oktober 1799 als [[vrijwilliger|volontair]] in [[Bataafse Republiek|Bataafse]] [[militaire dienstplicht|dienst]] in de [[militaire rang|rang]] van [[kanonnier]] bij het vierde [[bataljon]] [[artillerie]] te [[Groningen (stad)|Groningen]] en werd op 25 juni 1805 benoemd tot [[tweede luitenant]] bij het [[regiment]] Bataafse [[Dragonder]]s. Hij maakte in deze positie deel uit van de staf van zijn vader, die dat jaar de Bataafse [[Divisie (landmacht)|divisie]] in [[Derde Coalitieoorlog|de veldtocht]] in [[Pruisen|Duitsland]] en [[Keizerrijk Oostenrijk|Oostenrijk]] aanvoerde. Het jaar daarop maakte hij deel uit van het detachement [[Keizerlijke Garde|garde]]-[[huzaar|huzaren]] bij het noorderleger, dat, onder de bevelen van koning [[Lodewijk Napoleon Bonaparte|Lodewijk]], eerst stelling had moeten nemen bij [[Wesel (stad)|Wesel]], om delen van het Pruisische leger te ontbinden en de Pruisische [[opperbevelhebber]] in het onzekere te laten omtrent de plannen van [[Napoleon Bonaparte|Napoleon]]; dit detachement diende na de [[Slag bij Jena]] [[Münster (stad)|Münster]], [[Hessen-Cassel|Hessen-Kassel]], [[Osnabrück]] en [[Hannover (stad)|Hannover]] bezetten. Op 6 november 1806 bewees hij voor het eerst zijn talenten tegenover de vijand in een [[Charge (oorlog)|charge]] tegen het gedeeltelijk uitgerukte [[garnizoen]] van [[Hameln]] in de nabijheid van die [[Vesting (verdedigingswerk)|vesting]]. Bij de inlijving van Holland bij het [[Eerste Franse Keizerrijk|Franse Keizerrijk]] ging het Hollandse regiment garde-huzaren over bij de Franse keizerlijke garde onder de naam van tweede regiment gardelanciers; Dumonceau maakte met dit [[legerkorps|korps]] als [[Kapitein (rang)|ritmeester]] de [[Veldtocht van Napoleon naar Rusland|veldtocht van 1812]] naar [[Keizerrijk Rusland|Rusland]] mee. [[Bestand:Overtocht van de Berezina door de rest van het grote leger in Rusland.jpg||400px|thumb|left|Tocht over de Berezina tijdens de [[Veldtocht van Napoleon naar Rusland|veldtocht van 1812]] naar [[Keizerrijk Rusland|Rusland]]]] [[Bestand:Dumonceau, JF graaf. 19 maart 1831-29 januari 1840.jpg||225px|thumb|right|Jean François Dumonceau]] Nadat dit regiment aldaar als het ware vernietigd was werd hij benoemd tot esckadronschef bij het vijfde regiment [[Jagers (infanterie)|jagers]] te paard, dat [[Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog|in Spanje dienst deed]]. Hij was hier in het eerste halfjaar van 1813 en deed een mars van 66 dagen met twee esckadrons, samengesteld uit reckruten en oudgedienden naar [[Zesde Coalitieoorlog|het oorlogstoneel]] in Duitsland. Onderweg had hij zijn troepen dermate geoefend dat die in goede orde en in zeer bruikbare toestand waren toen hij hen op 10 juli 1813 in [[Leipzig]] afleverde. In 1814 onderscheidde hij zich onder meer op 2 januari bij [[Remagen]], waar hij aan het hoofd van 50 jagers een [[Kanon (geschut)|kanon]] heroverde en op 23 februari bij [[Troyes]], waar hij de voorste was, die op een vijandelijke [[Batterij (militair)|batterij]] los stormde. Hij verkreeg voor zijn gehouden gedrag nog tijdens de veldtocht op 18 maart 1814 op een veld, waar hij diezelfde morgen nog blijken van moed en beleid had gegeven, in de nabijheid van [[Léchelle (Seine-et-Marne)|Léchelles]] (ten oosten van [[Provins]]), het kruis van het [[Légion d'honneur|Legioen van Eer]]. Na de eerste troonsafstand van Napoleon bleef hij in Franse dienst, die hij op 9 november 1815, op zijn verzoek, met eervol ontslag verliet. ===In Nederlandse dienst=== In Nederland teruggekeerd werd Dumonceau pas op 19 februari 1819 in actieve dienst hersteld bij het Nederlandse leger maar één rang lager, namelijk als [[majoor]] bij het regiment huzaren nummer 6, dan hij in het Franse leger bekleed had.Op 10 augustus 1827 werd hij benoemd tot [[Adjudant (functie)|adjudant]] van de [[Willem II der Nederlanden|Prins van Oranje]], die hij op 1 september 1830 vergezelde toen deze zich, alleen vergezeld door [[officier]]en van zijn staf, in het [[Belgische Revolutie|oproerige]] Brussel waagde; in het najaar vergezelde hij de Prins naar [[Londen]]. Hij werd op 25 maart 1831 eervol ontheven van zijn adjudantschap en als [[luitenant-kolonel]] benoemd tot commandant van het regiment lichte [[dragonder]]s nummer 5. Dit regiment verkeerde door de [[desertie]] der [[België|Belgen]] in een bijna ontbonden toestand en moest als het ware opnieuw samengesteld worden uit reckruten en ongelijksoortige bestanddelen, afkomstig uit andere regimenten. Het jaar daarop nam dit regiment en zijn chef met ere deel aan de [[Tiendaagse Veldtocht]]; Dumonceau werd voor zijn verdiensten bij [[Koninklijk Besluit]] van 31 augustus 1831 nummer 7 benoemd tot [[Ridderorde (onderscheiding)|ridder]] in de Militaire Willems-Orde. Hij werd bij Koninklijk Besluit van 28 november in die Orde bevorderd tot [[officier]]. Op 8 september 1852 werd hij benoemd tot luitenant-generaal en inspecteur der [[cavalerie]]; gedurende vele jaren was kapitein [[Philippe Henri Marcella]] zijn adjudant. In mei 1854 werd Dumonceau benoemd tot [[Militaire Huis van H.M. de Koningin|chef van het Militair Huis]] van de [[Willem III der Nederlanden|Koning]] en president van de hofcommissie; uit deze betrekking werd hij op 9 september 1854 gepensioneerd. Dumonceau overleed op 1 maart 1884 en werd op eenvoudige wijze op de [[Rooms-katholieke Kerk|Rooms-Katholieke]] begraafplaats te Den Haag ter aarde besteld in aanwezigheid van onder meer de vertegenwoordiger van de [[Alexander van Oranje-Nassau (1851-1884)|Prins van Oranje]] adjudant-majoor [[Hugo Beyerman|Beyerman]] en van de Koning adjudant-generaal [[viceadmiraal]] jhr. Van der Capellen; op verlangen van de overledene voerde niemand het woord. Een van zijn zoons was [[Charles Henri Felix Dumonceau|Charles Henri Felix ]]. Jean François Dumonceau was [[Grootkruis]] in de [[Orde van de Eikenkroon]]. {{Appendix|2= *1884. ''Ter aardebestelling van graaf Dumonceau''. Het Nieuws van de Dag. (06-03-1888) *1912. [[Philipp Christiaan Molhuysen|P.C. Molhuysen]] en [[Petrus Johannes Blok|P.J. Blok]]. ''Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek''. Deel 2. Bladzijde 413-414. *1940. [[George Carl Emil Köffler|G.C.E. Köffler]]. ''De Militaire Willemsorde 1815-1940''. Algemene Landsdrukkerij. Den Haag.}} {{DEFAULTSORT:Dumonceau, Jean Francois}} [[Categorie:Zuid-Nederlands militair (voor 1830)]] [[Categorie:Persoon in de napoleontische oorlogen]] [[Categorie:Regeringssoldaat in de Belgische Opstand]] [[Categorie:Nederlands generaal]] [[Categorie:Officier in de Militaire Willems-Orde]] [[Categorie:Nederlandse adel]] [[Categorie:Ridder in de Militaire Willems-Orde]] All content in the above text box is licensed under the Creative Commons Attribution-ShareAlike license Version 4 and was originally sourced from https://nl.wikipedia.org/w/index.php?diff=prev&oldid=33494325.
![]() ![]() This site is not affiliated with or endorsed in any way by the Wikimedia Foundation or any of its affiliates. In fact, we fucking despise them.
|