Difference between revisions 42089208 and 44809653 on nlwiki[[Afbeelding:Neelmeijer2.jpg||300px|thumb|Max Neelmeijer]] '''Marius (Max) Neelmeijer''' ([[Apeldoorn (stad)|Apeldoorn]], [[18 mei]] [[1863]] - aldaar, [[18 december]] [[1896]]) was een Nederlands [[eerste luitenant]], [[Ridderorde (onderscheiding)|ridder]] in de [[Militaire Willems-Orde]]. ==Loopbaan== (contracted; show full)heid voor de [[guerrilla]]-oorlog gegeven had, werd dadelijk bij het nieuwe [[legerkorps|corps]] ingedeeld. Hij bleef er twee jaren bij en kreeg toen een zelfstandig [[Commando (militair)|commando]] als postencommandant te [[Poeloe Bras]], waar hij zo goed voldeed, dat hij ruim anderhalf jaar later overgeplaatst werd naar Pakan Kroeng Tjoet, als commandant tevens belast met het civiel gezag aldaar. Deze post was in het leven geroepen toen [[Atjeh-oorlog: voortzetting van de afwachtende politiek|in 1887]] T oeukoe Djoengkoh met de hem ondergeschikte hoofden der XIII [[Moekim]]s Toengkoep in onderwerping kwam, maar had Nederland in die streken niet veel vooruit geholpen, omdat geen voeling met de hoofden verkregen werd. Alleen Toeukoe Tjoet Toengkoeb kwam vrij geregeld, soms in het donker en langs een omweg, naar Pakan Kroeng Tjoet en Kota Radja ter wille van zijn [[tractement]], dat hem uitbetaald werd onder de belofte van zijn kant, dat hij niet meer tegen het gouvernement zou vechten. De toestand veranderde echter nadat in 1893 door het optreden van Toeukoe Njaq Bantah, het sagiehoofd der XXVI Moekims, daarin bijgestaan door [[Teukoe Oemar|Toekoe Oemar]], de kwaadwilligen uit die sagie verdreven waren; toen pas kon aan een bestuursorganisatie der XXVI Moelims, geschoeid volgens 's lands instellingen, gedacht worden en voor deze aan hem opgedragen taak had assistent resident Kroesen geen beter helper en intelligenter uitvoerder van zijn bevelen dan Neelmeijer, die de titel van civiel gezaghebber te Pakang Kroeng Tjoet toen verwisselde met die van waarnemend controleur der XXVI Moekims. Om hem een goede verruiling van die taak gemakkelijk te make(contracted; show full)ngspunt met zijn commandant, die in hun taal met hen wist te praten over zaken waarin zij belang stelden, die hen, als ze met fraaie zeldzame wapens - Neelmeijer had een zeer fraaie collectie - kwamen, ze hun afkocht en die door zijn liefhebberij in dieren hun het gratis schouwspel gaf van in Groot Atjeh slechts zeldzaam of in het geheel niet voorkomende dieren, zoals een [[beren|beer]], een [[Orang-oetans|orang-oetang]] en last not least een prachtige [[Bengaalse tijger|koningstijger]], een geschenk van T oeukoe Oemar aan generaal Deyckerhoff en door deze weer aan zijn onderbevelhebber geschonken. Neelmeijer bevond zich in de [[sociëteit]] van Kota Radja, toen hij van de daarlangs rijdende controleur van Oeleh Leh, Gisolf, het bericht vernam van [[Atjeh-oorlog (1896-1901)|de afval]] van Toeukoe Oemar; hij nam direct plaats in een [[Dos-à-dos (carrosserievorm)|dos-à-dos]] en reed halsoverkop met zijn rijtuig naar zijn post terug en begaf zich van daar naar de bij de Nederlandse post te Boekit Karang gelegen woning van Toeukoe Njaq Bantah, het sagiehoofd der XXVI Moekims om deze mededeling te doen van het gebeurde. Van daar begaf hij zich naar de post te Toengkoeh om hetzelfde te doen aan Toeukoe Tjoet Toenkoeh, die in de nabijheid van die post zijn woning had. Beide hoofden konden in het begin niet geloven aan de waarheid van wat Neelmeijer hen mededeelde. Reeds was de avond gevallen, toen hij vergezeld van Toeukoe Tjoet Toengkoeb en een paar van diens volgelingen zich op weg begaf om nog persoonlijk de Nederlandse post te Tjot Rang van het gebeurde mededeling te doen en de bij die post gelegen versterkingen van Toeukoe Njaq Bantah waakzaamheid aan te bevelen. Nauwelijks op weg ontmoetten zij een Atjehnees, die op de hem door Toeukoe Tjoet Teungkoeb gedane vraag aarzelende antwoorden gaf, totdat de laatste met de [[klewang]] dreigend hem de bekentenis afdwong dat in het iets verder gelegen Langroet Toeukoe Hoessin Longbattah reeds bezig was met het aanmaken van [[munitie]] en in de aan de weg gelegen [[Vesting (verdedigingswerk)|benting]] de wacht gehouden werd. Daar was de weg dus reeds versperd en om Tjot Rang te bereiken moest een omweg worden gemaakt door een lastig en onveilig gebied. De tocht liep echter gelukkig af en Neelmeijer wist zijn doel te bereiken. (contracted; show full)*1896. A.F. ''Atjeh in 1896.'' Wereldkroniek. *1897. Deen. ''Luitenant M. Neelmeijer.'' [[Eigen Haard (tijdschrift)|Eigen Haard]]. Bladzijde 45-47. *1940. [[George Carl Emil Köffler|G.C.E. Köffler]]. ''De Militaire Willemsorde 1815-1940''. Algemene Landsdrukkerij. Den Haag.}} {{DEFAULTSORT:Neelmeijer, Max}} [[Categorie:Militair in het KNIL]] [[Categorie:Persoon in de Atjeh-oorlog]] [[Categorie:Ridder in de Militaire Willems-Orde]] All content in the above text box is licensed under the Creative Commons Attribution-ShareAlike license Version 4 and was originally sourced from https://nl.wikipedia.org/w/index.php?diff=prev&oldid=44809653.
![]() ![]() This site is not affiliated with or endorsed in any way by the Wikimedia Foundation or any of its affiliates. In fact, we fucking despise them.
|