Revision 33535484 of "Jurrian Nicolaas Christian van Heerdt" on nlwiki

[[Bestand:Baron van Heerdt, INC. Kapitein. Zwaar gewond.jpg||200px|thumb|Jurrian Nicolaas Christian van Heerdt]]

'''Jurrian Nicolaas Christian baron van Heerdt''' ([[Semarang (stad)|Semarang]], [[21 mei]] [[1860]] - [[Den Haag]], [[5 mei]] [[1928]]) was een Nederlands [[generaal-majoor]] en [[Ridderorde (onderscheiding)|ridder]] in de [[Militaire Willems-Orde]].

==Familie==
Van Heerdt werd geboren als afstammeling in de 15e generatie van Gijsbert van Heerdt († voor 1402), stamvader van het oude Gelderse adellijke geslacht Van Heerdt. Erkenning met de titel van baron vond plaats in 1821; een andere tak verkreeg de titel van graaf van Heerdt tot Eversberg bij eerstgeboorte, een tak die in 1990 in mannelijke lijn uitstierf. 

Hij trouwde in 1891 met Jeannette Marie Walter (1869-1907), en in 1911 met Louise Christine Leemans (1880-1965); uit het eerste huwelijk werden twee zonen geboren en hij is nu de stamvader van de nog bloeiende Nederlandse adellijke tak.<ref>''[[Nederland's Adelsboek]]'' 84 (1994), p. 423-457.</ref>

==Loopbaan==
Van Heerdt trad in [[militaire dienstplicht|dienst]] in de [[militaire rang|rang]] van [[tweede luitenant]] bij het [[Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger|Indische leger]], werd op 15 juni 1887 bevorderd tot [[eerste luitenant]] en in die rang benoemd tot [[Adjudant (functie)|adjudant]] van het [[legerkorps|korps]] der [[infanterie]]. Op 24 april 1888 werd hij overgeplaatst van Tandjong Poera naar Binjei (oostkust van [[Sumatra]]). Hij werd in januari 1893 overgeplaatst naar [[Padang]] en verkreeg in mei 1894 een eenjarig verlof naar Nederland. Gedurende dit verlof verbleef hij te Den Haag en werd per 18 december 1894 aldaar bevorderd tot [[Kapitein (rang)|kapitein]]. Hij keerde per ss. ''Prinses Amalia'' op 18 april 1896 naar [[Indië (regio)|Indië]] terug en werd bij aankomst (op 18 juni 1896) te [[Batavia (Nederlands-Indië)|Batavia]] geplaatst te [[Atjeh]]. Hij werd daar benoemd tot bivakcommandant van Loknga.

Eind 1897 stootte Van Heerdt met zijn patrouille op een bende die zich ophield voor de opening van een grote [[Grot|spelonk]]. Vriend en vijand werden door elkaar verrast; de vijand verzamelde zich voor de ingang, gaf een salvo en ontvluchtte onmiddellijk door een opening aan de achterzijde. De Nederlandse troepen vielen aan, maar toen [[luitenant]] van Greuningen sneuvelde door een schot in het hoofd, naast twee Europese en een inlandse [[fuselier]], werden de inlandse fuseliers ter sterkte van ongeveer 50 man door een paniek bevangen, die nog vergroot werd door het vervaarlijke krijgsgeschreeuw van de Atjehnezen. [[Officier]]en en Europeanen hielden echter moedig stand; een Europese fuselier liep zelfs onversaagd de vijand in de grot achterna, maar alleen zijnde werd hij neergestoken. De vijand had gelukkig van de paniek niets gemerkt, anders was er niets terecht gekomen, noch van Van Heerdt, die slechts een schot kreeg door zijn jas, noch van de overigen.<ref>Het Nieuws van de Dag. (11-11-1897)</ref> 

Bij een ander gevecht raakte Van Heerdt niet gevaarlijk maar wel zwaargewond (mei 1897); hij verkreeg bij [[Koninklijk Besluit]] van 11 mei 1898 nummer 34 de Militaire Willemsorde voor zijn verrichtingen te Atjeh in 1897 en werd op 24 november 1897 van Atjeh afgelost en diezelfde maand overgeplaatst bij het tweede rekruten[[bataljon]]. In juli 1898 werd hij benoemd tot commandant van het strafdetachement te Ngawi. Van Heerdt werd op 7 februari 1903 bevorderd tot [[majoor]] en op  14 februari overgeplaatst bij het 18de bataljon. 

Hij werd op 6 september 1904 bevorderd tot [[luitenant-kolonel]], in november werd zijn overplaatsing van het achttiende [[bataljon]] bij het garnizoensbataljon van [[Celebes]], [[Menado]] en [[Timor]] ingetrokken en in plaats daarvan kreeg hij in januari 1905 een jaar verlof wegens ziekte naar Europa. In juli 1906 keerde hij terug naar Indië en werd geplaatst bij het linkerhalf zevende bataljon, vervolgens overgeplaatst naar Atjeh in september 1907 en ingedeeld bij het derde bataljon in november van dat jaar. Hij werd in juni 1910 benoemd tot militair commandant van Celebes en Menado en op 10 augustus 1910 bevorderd tot [[kolonel]] en tevens benoemd tot militair commandant van [[Sumatra's Westkust]]. Hij werd vervolgens aangesteld als afdelingscommandant van Batavia en kreeg in juni 1914 een verlof van 8 maanden naar Europa wegens een 8-jarige onafgebroken dienst. 

Hij vroeg in 1916 wegens volbrachte diensttijd ontslag uit de militaire dienst en verkreeg bij deze gelegenheid de titulaire rang van generaal-majoor. Van Heerdt was gerechtigd tot het dragen van het [[Ereteken voor Belangrijke Krijgsbedrijven]]; hij overleed in mei 1928 en werd begraven op de [[Nederlandse Hervormde Kerk|Nederlands-Hervormde]] begraafplaats te [[Warmond]].

{{Link portaal|KNIL}}
{{Appendix|2=
{{References}}
*1928. ''Generaal majoor baron van Heerdt overleden.'' [[Het Vaderland]]. (08-05-1928)
*1940. [[George Carl Emil Köffler|G.C.E. Köffler]]. ''De Militaire Willemsorde 1815-1940''. Algemene Landsdrukkerij. Den Haag.
*[http://www.atchin.nl/Atchin/Home.html Informatie over Atjeh-officieren]}}

{{DEFAULTSORT:Heerdt, Jurrian}}
[[Categorie:Nederlands generaal]]
[[Categorie:Militair in het KNIL]]
[[Categorie:Familie Van Heerdt|Jurrian Nicolaas Christian van Heerdt]]
[[Categorie:Ridder in de Militaire Willems-Orde]]
[[Categorie:Persoon in de Atjeh-oorlog]]