Revision 33536147 of "Hendrik Kotting" on nlwiki

[[Afbeelding:Kotting, H. Eerste luitenant.jpg|thumb|right|200px|Hendrik Kotting]]

'''Hendrik Kotting''' ([[1861]] - Tjakra Negara ([[Lombok (eiland)|Lombok]]), [[27 augustus]] [[1894]]) was een Nederlandse [[eerste luitenant]] der [[infanterie]] van het [[Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger|Indische leger]], [[Adjudant (functie)|adjudant]] van de [[opperbevelhebber]] van de [[Lombok-expeditie]], [[generaal]] [[Jacobus Augustinus Vetter|Vetter]]. 

==Loopbaan==
Kotting meldde zich aan bij het Instructiebataljon, volgde de hoofdcursus te [[Kampen (Overijssel)|Kampen]] en werd op 6 december 1881 bevorderd tot [[tweede luitenant]]. Hij ging op 19 mei 1882 (als medebegeleider) samen met een detachement suppletietroepen van 50 manschappen en drie [[onderofficier]]en, afkomstig uit [[Harderwijk (Gelderland)|Harderwijk]], over op het [[stoomboot|stoomschip]] ''Prins Hendrik'', dat naar [[Indië (regio)|Oost-Indië]] voer. Aldaar werd hij geplaatst te [[Semarang (stad)|Semarang]] en in maart 1887 overgeplaatst bij het [[garnizoen]] te [[Batavia (Nederlands-Indië)|Batavia]], waarheen hij per ''Japara'' vertrok en in april werd bevorderd tot [[eerste luitenant]]. 

Hij slaagde in juni van eerder genoemd jaar voor het toelatingsexamen voor de IIde afdeling der krijgsschool in Den Haag en vertrok in oktober van dat jaar daarheen. Op 12 oktober 1889 keerde hij per ''Prinses Amalia'' terug naar [[Java (eiland)|Java]]. Aldaar werd hij geplaatst bij de [[Divisie (landmacht)|divisie]] veld- en berg[[artillerie]] te Batavia en gedurende het eerste halfjaar van 1891 bij het derde eskadron [[cavalerie]] aldaar gedetacheerd. In juni 1891 werd Kotting overgeplaatst bij het hoofdbureau van de [[generale staf]] en in januari 1892 gedetacheerd bij de tweede [[Cartografie|opnemingsbrigade]] op [[Sumatra's Westkust]]. Hij werd vervolgens benoemd tot adjudant van de commandant van de infanterie in Nederlands-Indië, toen [[generaal-majoor]] [[A.H. van de Pol]]. In deze betrekking werd hij gehandhaafd toen Van de Pol opgevolgd werd door generaal-majoor Vetter.<ref>''30 augustus. Lombok.  Het Nieuws van de Dag (31-08-1894)</ref> Kotting publiceerde in deze tijd enige artikelen in het Indisch Militair Tijdschrift.

==De Lombok-expeditie==
===De overvalling===
[[File:JA-Vetter-en-team-te-Lombok.jpg|thumb|left|400px|Generaal [[Jacobus Augustinus Vetter|Vetter]] en de [[Generale Staf]] te Lombok. Onder van links naar rechts: Inlander, generaal [[Petrus Paulus Hermannus van Ham|Van Ham]], Vetter, Dannenborg en een inlandse djilantik; staand van links naar rechts: [[Hendrik Philippus Willemstijn|H.P. Willemstijn]], A.J. Hamerster, ambtenaar Liefrinck, Boerema en H. Kotting.]]
Het hoofdkwartier van de [[Lombok-expeditie]] bestond uit [[generaal-majoor]] Vetter, [[majoor]] van de [[generale staf]] A.J. Hamerster, [[Kapitein (rang)|kapitein]] van de generale staf [[Hendrik Philippus Willemstijn|H.P. Willemstijn]], eerste luitenant en adjudant van de chef van het wapen der infanterie Kotting en eerste luitenant der [[Wapen der Genie (KNIL)|genie]] [[Walter Robert de Greve|W.R. de Greve]]. De reden dat Kotting, die als adjudant van opperbevelhebber generaal Vetter natuurlijk steeds in diens nabijheid verbleef, ook tot de gesneuvelden behoorde werd veroorzaakt door het feit dat er bij de expeditie slechts één officier van de [[Kadaster Geo-Informatie|Topografische Dienst]] was ([[luitenant]] van der Zwaan) en Kotting als zodanig bij de [[Colonne (slagorde)|colonne]] [[Pieter van Lawick van Pabst|Van Lawick van Pabst]] was ingedeeld.<ref> Rotterdams Nieuwsblad (01-09-1894)</ref> 

In nader overleg met generaal [[Petrus Paulus Hermannus van Ham|van Ham]], besloot de [[opperbevelhebber]], tijdens de Lombok-expeditie, het antwoord op zijn ultimatum, gesteld aan de hoofden, in Tjakra-Negara af te blijven wachten, omdat een overhaaste terugtocht, op grond van losse geruchten, niet gerechtvaardigd was, en niet de indruk van vrees gegeven mocht worden. Omstreeks kwart voor 12 werd dit bivak door de vijand overvallen. De toestand werd al snel onhoudbaar, reden waarom alle troepen, met de doden en gewonden, naar een ommuurde ruimte terugtrokken. Ook daar steeg van minuut tot minuut  het aantal doden en gewonden, aangezien de vijand, die intussen meerdere muren van schietgaten had voorzien, de Nederlandse troepen op korte afstand bestookten.

===De terugtocht===
[[Afbeelding:Lombok 1894 J. Hoynck van Papendrecht 1858 1933.jpg|thumb|right|300px|[[Lombok-expeditie]]]]
Zonder aanvoer van leeftocht of munitie werd het een onmogelijkheid, om, zelfs met de grootste dapperheid, zich langer te handhaven; daarom werd besloten de laatste [[Patroon (munitie)|patronen]] te sparen, om op [[Mataram (stad)|Mataram]] te kunnen terugtrekken en zich met de troepen aldaar te verenigen. De retraite was vastgesteld op 3 uur ’s middags van de 26ste augustus. Het was een terugtocht, zoals geen der annalen van de Indische krijgsgeschiedenis wist aan te wijzen. De retraite vond plaats door vuurspuwende gangen en langs straten, waar men zich geheel weerloos neer moest laten schieten. Nauwelijks waren de voorste troepen buiten het bivak, of aan alle kanten werden zij met een overstelpend vuur, gegil en geschreeuw begroet. 

Kotting viel gewond neer en riep om hulp maar hij was te zwaar gebouwd om snel mee te kunnen voeren en werd hulpeloos achtergelaten; hij werd later eerst onder de vermisten opgegeven.<ref> ''De dood van generaal van Ham.'' Het Nieuws van de Dag (09-10-1894)</ref> Luitenant [[Paul Auguste Alting von Geusau|Alting van Geusau]] kreeg eerst een schot in het dijbeen, die hij zelf verbond, maar kort daarop werd hij in de borst dodelijk getroffen; [[Kapitein (rang)|kapitein]] Fuhrkop werd een duim weggeschoten en in de andere hand gewond; kapitein Manders kreeg schoten in beide armen, viel bewusteloos neer en ontwaakte uit zijn bezwijming, toen een gesneuveld soldaat op zijn verbrijzelde rechterarm neerviel; tal van minderen vielen dood of gewond tegen de grond. In looppas trachtte men de weg te doorlopen om aan de kogels te ontkomen. Van de [[Sectie (militaire eenheid)|sectie]] van 53 man, waarmee generaal Van Ham en dominee Rogge het bivak te Tjakra Negara verlieten, kwamen slechts acht man min of meer behouden in de Dewatempel aan. Kotting werd 33 jaar en liet een weduwe achter.


{{Link portaal|KNIL}}
{{Appendix|2=
{{References}}
*1894. ''Koloniën. Lombok.'' Rotterdams Nieuwsblad. (07-09-1894)
*1895. J.P. Schoemaker. ''Het verraad van Lombok.'' W.P. van Stockum. Den Haag.
* 1896. [[Wouter Cool|W. Cool]] met illustraties van [[Gijsbert Brand Hooijer|G.B. Hooijer]]. ''De Lombok Expeditie''. Uitgifte G. Kolff & Co Batavia - 's-Gravenhage.}}

{{DEFAULTSORT:Kotting, Hendrik}}
[[Categorie:militair in het KNIL]]