Revision 49479489 of "Christian Ernst Graf" on nlwiki'''Christian Ernst Graf''' of '''Graaf''' ([[Rudolstadt]], [[30 juni]] [[1723]] - [['s-Gravenhage]], [[17 juli]] [[1804]]) was een van oorsprong [[Heilige Roomse Rijk|Duits]]e [[kapelmeester]] en [[componist]], later werkzaam aan het [[stadhouder]]lijke hof in ’s-Gravenhage in de [[Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden]].
==1723-1753: Jeugd – Opleiding - Rudolstadt==
[[Bestand:Graaf 1.jpg|thumb|300pxl|''Kleine Gedigten voor Kinderen van Mr. H. van Alphen, in Muziek gezett, door C.E. Graaf'', s.d., uitgegeven bij Markordt in Amsterdam]]Graf groeide op in een muzikaal gezin. Vader Johann Graf ([[1684]]-[[1750]]) was [[violist]], muziekleraar, componist en [[dirigent]]. In [[1722]] werd hij [[concertmeester]] aan het prinselijke hof van [[Vorstendom Schwarzburg-Rudolstadt|Schwarzburg-Rudolstadt]] en in [[1739]] volgde zijn bevordering tot kapelmeester. Johann Graf had zeven zonen die hij zelf muziekles gaf. Vier traden in zijn voetspoor en werden musicus. In [[1745]] volgde Christian zijn vader op als hofkapelmeester in Rudolstadt.<ref>[http://de.wikipedia.org/wiki/Christian_Ernst_Graf] Volgens de Duitse Wikipedia, versie van 22:29, 23. Jun. 2007</ref>
Over de jaren van Christian Ernst Graf in Rudolstadt vóór zijn vertrek naar de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, is weinig geweten. Graf verliet zijn geboortestad naar verluidt met instrumenten van het hof en met schulden. Mogelijk was hij samen met zijn broer Friedrich Hartmann, die vier jaar jonger was, in dienst getreden bij een regiment dat half april [[1748]] in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aankwam. Van Friedrich Hartmann is bekend dat hij bij het beleg van [[Bergen op Zoom]] gewond raakte en krijgsgevangen werd genomen.<ref name=autogenerated2>[https://web.archive.org/web/20080314182007/http://www.kvnm.nl/current/03Catalogus/TDCM_8.htm] Ton Braas & Odilia Vermeulen op de weblocatie van de KVNM in een toelichtend artikel over Der Tod Jesu (1802) van Christian Ernst Graaf</ref>
Christian Ernst bevond zich in [[1750]] te [[Middelburg (Zeeland)|Middelburg]], waar hij het ''Collegium Musicum'' ging leiden. Onder Grafs leiding steeg het niveau van het Collegium Musicum dusdanig dat het in [[1754]] de beschikking kreeg over een concertzaal die bekostigd werd door de stad. Vermoedelijk ontstond het eerste gedrukte opus van Christian Ernst, de ''Sei Sinfonie a Violino Primo, Secondo, Viola, E Basso'', aan het einde van zijn verblijf in Middelburg en was het bedoeld als afscheidsgroet.<ref name=autogenerated2 />
==1754-1767: Het hof in 's-Gravenhage==
Vermoedelijk in de tweede helft van [[1754]] trok Graf naar Den Haag. Daar werd hij hofcomponist van prinses [[Anna van Hannover]], dan weduwe van stadhouder [[Willem IV van Oranje-Nassau|Willem]]. Dat blijkt uit de titelpagina van zijn in [[1758]] verschenen [[sonate]]s voor twee violen en [[basso continuo]] (het opus 2), waarop hij ''Compositore de Musica di S.A.R. Madama la Principessa di Orania di Nassovia'' ofwel 'componist van Hare Koninklijke Hoogheid de prinses van Oranje Nassau,' dat wil zeggen Anna van Hannover, wordt genoemd. In [[1759]] kwam Christian Ernst in de '''s Gravenhaegse Courant'' voor als ''Muziek Compositeur aen het Hof van S.D.H. den Heere Prince van Oranje'', dat wil zeggen van de dan elfjarige [[Willem V van Oranje-Nassau|Willem]]. Na Anna's dood in 1759 wordt zijn titel ''Compositore di Musica al Corte di S.A.S. Monsignore il Principe d'Orania e di Nassovia'' ('componist van muziek aan het hof van Zijne Doorluchtige Hoogheid de Prins van Oranje en Nassau'; cf. ''Sei Sinfonie ... Opera terza'' uit dat jaar), welke omschrijving blijft tot en met zijn opus 7 van [[1766]] (cf. ''Six symphonies ... Oeuvre VII''.<ref>[http://www.hum.uu.nl/medewerkers/r.a.rasch/Republiek/Republiek06-Hof.pdf] Geciteerd op de online cursus van prof. Rudolf Rasch, in ''Een muzikale republiek, Geschiedenis van de muziek in de Republiek der Verenigde Nederlanden, 1572-1795, Hoofdstuk Zes, Het stadhouderlijk hof, 6.3 Het stadhouderlijk hof 1747-1766''<!-- Bron: http://www.hum.uu.nl/medewerkers/r.a.rasch/Republiek/Republiek.htm --></ref> Van [[1759]] af verschijnt zijn naam ook jaarlijks op de rekeningen van de hofkapel.<ref name=autogenerated1>[https://web.archive.org/web/20080314182007/http://www.kvnm.nl/current/03Catalogus/TDCM_8.htm] Ton Braas & Odilia Vermeulen op de website van de KVNM in een toelichtend artikel over ''Der Tod Jesu'' (1802) van Christian Ernst Graaf</ref>
Mogelijk was Graf de eerste muziekleraar van de jonge prins [[Willem V van Oranje-Nassau|Willem]]. Tijdens de rouwplechtigheden na het overlijden van Anna van Hannover op [[12 januari]] [[1759]] vervulde hij een belangrijke muzikale rol.<ref> [http://books.google.be/books?id=nbJFc77yvxEC&pg=PA258&lpg=PA258&dq=blankenburg+%22van+eyck%22&source=web&ots=0fY3c1-JRS&sig=Hc0Lacf8kCUlOBZy36IxTS6bm4Q&hl=nl&sa=X&oi=book_result&resnum=2&ct=result#PPA345,M1] Geciteerd naar Gert Oost, ''Den Haag, 1764, Christian Ernst Graf vraagt in een lange brief op rijm verhoging van zijn [[tractement]] als hofcomponist'' in ''Een muziekgeschiedenis der Nederlanden'', samengesteld door Louis Peter Grijp, Ignace Bossuyt, Amsterdam University Press, [[2001]], ISBN 9053564888, 9789053564882, blz. 345 </ref> In [[1764]] paste Graf zijn naam aan de Nederlandse spelling aan. Ook [[Leopold Mozart]] merkt, tijdens het verblijf van de familie Mozart in 's-Gravenhage (september-december [[1765]]) ''Mr: Graaff'' aan als ''Compositeur et directeur de la Musique du Prince.'' Een meer precieze datering van de aanstelling in die functie is bij gebrek aan overgeleverde documenten echter niet mogelijk.<ref name=autogenerated1 />
Wel weten we dat hij zich in [[1764]] om salarisverhoging te krijgen rijmend en waarschijnlijk zonder dat er gehoor aan werd gegeven, tot zijn broodheer richtte, hertog [[Lodewijk Ernst van Brunswijk-Lüneburg-Bevern]], regent van de toen nog minderjarige toekomstige stadhouder prins Willem V:
{| class="wikitable"
|-
! Smeekbede van Christian Ernst Graf
! Nederlandse vertaling<ref> [http://books.google.be/books?id=nbJFc77yvxEC&pg=PA258&lpg=PA258&dq=blankenburg+%22van+eyck%22&source=web&ots=0fY3c1-JRS&sig=Hc0Lacf8kCUlOBZy36IxTS6bm4Q&hl=nl&sa=X&oi=book_result&resnum=2&ct=result#PPA342,M1] Geciteerd naar Gert Oost, ''Den Haag, 1764, Christian Ernst Graf vraagt in een lange brief op rijm verhoging van zijn tractement als hofcomponist '' in ''Een muziekgeschiedenis der Nederlanden'', samengesteld door Louis Peter Grijp, Ignace Bossuyt, Amsterdam University Press, [[2001]], ISBN 9053564888, 9789053564882, blz. 342-343</ref>
|-
|
:'' Durchlauchtigsten,
:'' Vergieb mein draustes Unterwinden.
:'' Lass meiner Demuts-Schrift ein milder Auge finden.
:'' Wirf einen Gnaden-Blick auf dies mein Klage-Lied,
:'' Und siehe, wie dein Knecht am Kummer-Wagen zieht.
:'' Mich liesse ein Fürstlich Wort hieher aus Inland kommen;
:'' Mein Glück ist hier nicht mehr, dort ist mein Whol entnommen.
:'' Was da mein fleiss gewann, wird hier aus Not verzehrt;
:'' Der Leib mit magren Kost, der Geist mit Angst genärht.
:'' […] Zweijhundert fünfzig Gulden
:'' Die nimmt mein Haus Herr weg; wo bleiben Kost und Schulden?
:'' Ach. Lege jährlich doch nur noch ein weinig beij.
:'' Dass mein verfallner Stand nicht unerträglich seij.
|
:'' Doorluchtige vorst,
:'' Vergeef mijn drieste onderneming.
:'' Laat mijn deemoedige geschrift een mild oog vinden.
:'' Werp een genadige blik op dit klaaglied,
:'' En zie hoe uw knecht de armoewagen trekt.’
:'' Het woord van een vorst liet mij hier komen uit het binnenland;
:'' Mijn geluk is niet meer hier; maar dáár is mij mijn welstand afgenomen.
:'' Wat ik daar door vlijt heb gewonnen, wordt hier uit nood verteerd;
:'' Het lichaam wordt met magere kost gevoed, de geest met angst.
:'' […] Tweehonderdvijftig gulden
:'' Is voor de huisbaas; waar moeten kost en schulden vandaan komen?
:'' Ach! Leg er toch jaarlijks een klein beetje bij
:'' Zodat mijn vervallen stand niet ondraaglijk is.
|}
Ter gelegenheid van de installatie van Willem V - op [[8 maart]] [[1766]] achttien jaar - als stadhouder, componeerde Graf het jubellied in drie coupletten ''Laat ons juichen, [[Batavieren]]!''. Was het gepubliceerde lied in het Nederlands, bij de installatie van de stadhouder werd het in het Italiaans gezongen.<ref>Additionele informatie op de cd-rom van ''Een muziekgeschiedenis der Nederlanden'', samengesteld door Louis Peter Grijp, Ignace Bossuyt, Amsterdam University Press, [[2001]], ISBN 9053564888, 9789053564882, blz. 349</ref> De jonge [[Wolfgang Amadeus Mozart|Wolfgang Gottlieb Mozart]], van wie Graf onder andere een concert dirigeerde dat Wolfgang en diens zuster in Den Haag op [[30 september]] [[1765]] gaven<ref>[https://webshop.donemus.nl/action/front/composer/Graaf%2C+Christian+Ernst] Biografie van Christian Ernst Graf op de weblocatie Donemus.nl</ref>, gebruikte het als thema voor de bekende reeks [[Variatie (muziek)|variaties]] (KV 24) voor [[klavecimbel]].<ref>[http://books.google.be/books?id=nbJFc77yvxEC&pg=PA258&lpg=PA258&dq=blankenburg+%22van+eyck%22&source=web&ots=0fY3c1-JRS&sig=Hc0Lacf8kCUlOBZy36IxTS6bm4Q&hl=nl&sa=X&oi=book_result&resnum=2&ct=result#PPA349,M1] Paul van Reijen, ''Den Haag, 30 september 1765, Het wonderkind Wolfgang Amadeus Mozart geeft zijn eerste openbare concert in de Republiek, De Mozarts als reizende virtuozen in de Nederlanden'' in ''Een muziekgeschiedenis der Nederlanden'', samengesteld door Louis Peter Grijp, Ignace Bossuyt, Amsterdam University Press, [[2001]], ISBN 9053564888, 9789053564882, blz. 349</ref> Dezelfde melodie werd door Mozart ook gebruikt in de [[fuga|slotfuga]] van het [[quodlibet]] ''Galimathias musicum'' (KV 32, maart [[1766]]), nog steeds naar aanleiding van zijn verblijf in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.<ref>[http://books.google.be/books?id=e8AtwaddUW4C&pg=PA53&lpg=PA53&dq=%22christian+ernst+graaf%22&source=web&ots=VXuSNWxm1t&sig=Lyp6snis3l1QpFQhUoJ_Linm-j4&hl=nl&sa=X&oi=book_result&resnum=4&ct=result#PPA53,M1] Otto Erich Deutsch, Mozart, a Documentary Biography: A Documentary Biography, Stanford University Press, 1966, ISBN 0804702330, 9780804702331, blz. 53</ref>
==1767-1804: Hofkapelmeester en einde loopbaan==
In [[1767]] verkreeg Graf uiteindelijk de officiële aanstelling als hofkapelmeester en ontving nu de eerder gevraagde salarisverhoging. Grafs taak als hofkapelmeester behelsde niet alleen de samenstelling van het [[repertoire]] van het hoforkest, maar ook het componeren van nieuwe stukken en het selecteren van de libretti en teksten die voor verschillende gelegenheden moesten worden getoonzet. In zijn jaren aan het hof ontstonden talrijke composities: een groot aantal [[symfonie]]ën, onder andere de programmatische ''Grande simphonie Hollandaise en deux choeurs'', ter gelegenheid van het eerherstel van Willem V in [[1787]], [[sonate|(viool- en trio)sonates]], [[Kwartet (muziek)|(strijk)kwartetten]], [[kwintet]]ten voor [[dwarsfluit|fluit]] en strijkkwartet en andere vormen van [[kamermuziek]], twee vierhandige klaviersonaten, [[lied]]eren, [[cantate]]s, fabels voor stem en [[klavier (toetsen)|klavier]] (''"25 Fable dans le gout de la Fontaine, pour le Chant et le Clavecin"'') en ten slotte een theoretisch en een didactisch werk over de [[basso continuo]]. Aan een [[opera (muziek)|opera]] schijnt hij zich nooit te hebben gewaagd. Graf regelde wel de aanschaf van [[bladmuziek]] voor huis en hof; een belangrijk deel van de huidige muziekcollectie van de Oranjes is aan hem te danken.<ref name=autogenerated1 />
[[Bestand:Graaf 2.jpg|thumb|300pxl|''De naarstigheid'' uit de ''Kleine Gedigten voor Kinderen van Mr. H. van Alphen, in Muziek gezett, door C.E. Graaf'', s.d., uitgegeven bij Markordt in Amsterdam]]
Ook buiten de hofkapel bleef de componist al die tijd werkzaam. Naar aanleiding van de ingebruikneming van een nieuw orgel op [[28 juni]] [[1781]] componeerde hij bijvoorbeeld de ''Kerk-Gezangen ter Inwydinge van het Orgel in de Groote Kerk te [[Bolsward]]''.<ref>[http://www.jstor.org/pss/938914] Richard G. King , ''C. E. Graf's Music for the Consecration of the Martinikerk Organ at Bolsward, 1781'', in ''Tijdschrift van de Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis'', D. 44ste, Afl. 2de, 1994, blz. 115-131</ref> En in [[1782]] gaf hij een studie uit: de "''Proeve over de natuur der harmonie in de Generaal bas benevens een onderricht eener korte en regelmaatige becijffering’''".<ref>[http://www.antiqbook.com/books/bookinfo.phtml?o=ovi&bnr=45210] opnieuw uitgegeven als [[facsimile]]: Amsterdam 1970, 46 blz. tekst en 11 fold. tables</ref> Voorts bewerkte Graf, zoals ook [[Christian Friedrich Ruppe]], de ''Kleine gedigten voor kinderen'' van [[Hiëronymus van Alphen]], waaronder het beroemde ''De pruimeboom'' (of ''Jantje zag eens pruimen hangen…'').<ref> Zie hiervoor de website van de Koninklijke Bibliotheek van Den Haag over [http://www.kb.nl/dichters/alphen/alphen-07.html Hieronymus van Alphen], met aanvullend [http://www.kb.nl/dichters/alphen/alphen-10.html illustratiemateriaal]; een artikel over dit onderwerp: Frits Noske, ''Het Nederlandse Kinderlied in de achttiende eeuw'' in ''Tijdschrift van de Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis'', D. 19de, Afl. 3de/4de, 1962-1963, blz. 173-185</ref>
Vanaf [[1788]] echter, werd Graf als kapelmeester vervangen door de [[violist]] Jean Malherbe. Die volgde hem in [[1790]] ook op toen Graf in november van dat jaar met pensioen was gegaan.<ref>[http://books.google.be/books?id=nbJFc77yvxEC&pg=PA258&lpg=PA258&dq=blankenburg+%22van+eyck%22&source=web&ots=0fY3c1-JRS&sig=Hc0Lacf8kCUlOBZy36IxTS6bm4Q&hl=nl&sa=X&oi=book_result&resnum=2&ct=result#PPA346,M1] Gert Oost, ''Den Haag, 1764, Christian Ernst Graf vraagt in een lange brief op rijm verhoging van zijn tractement als hofcomponist '' in ''Een muziekgeschiedenis der Nederlanden'', samengesteld door Louis Peter Grijp, Ignace Bossuyt, Amsterdam University Press, [[2001]], ISBN 9053564888, 9789053564882, blz. 346</ref>
Naast een ondertussen verloren gegaan [[oratorium]] - gecomponeerd naar aanleiding van de vrede tussen [[Frankrijk]] en [[Engeland]], dat zijn grootste succes zou zijn geweest<ref>[http://www.jstor.org/pss/938914] Richard G. King , ''C. E. Graf's Music for the Consecration of the Martinikerk Organ at Bolsward, 1781'', Tijdschrift van de Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis, D. 44ste, Afl. 2de, 1994, blz. 115</ref> - componeerde Graf in [[1802]] ook de [[passie]][[cantate]] ''Der Tod Jesu'' op tekst van Karl Wilhelm Richter (1725–1798).
Graf stierf niet lang daarna, op [[17 juli]] [[1804]] in ’s-Gravenhage, waar hij ook in de [[Grote Kerk (Den Haag)|Grote Kerk]] begraven ligt.
==Waardering==
Overgeleverd is de volgende karakterschets door een tijdgenoot: ''”Graaf of Graf was een beoeffenaar van kunsten en weetenschappen, een geletterd man, was gezellig in zyn omgang, en in de kring zyner vrienden zelfs spraakzaam en vrolyk, bezat eene byzondere geschiktheid om te onderwyzen, vooral aan Jongelieden, die hy hun smaak voor de kunsten en weetenschappen wist in te boezemen.”''<ref>[https://web.archive.org/web/20080314182007/http://www.kvnm.nl/current/03Catalogus/TDCM_8.htm] Geciteerd naar Ton Braas & Odilia Vermeulen op de weblocatie van de KVNM, bij de toelichting van de uitgave van ''Der Tod Jesu'' (1802) van Christian Ernst Graf</ref>
Er is een vrij groot aantal werken bewaard gebleven. Naar de inschatting van musicoloog Balfoort is de cantate ''Der Tod Jesu'', waarvan de [[Koninklijke Bibliotheek (Nederland)|Koninklijke Bibliotheek in ‘s-Gravenhage]] het handschrift bezit, een van zijn beste werken. Maar Balfoort laat zich laatdunkend uit over al het overige: ''”Om hun hoog muzikaal gehalte mogen wij anders zijn symphonieën, sonates voor clavecymbel en viool, strijkduetten enz. niet prijzen. Zij hebben voor ons voornamelijk nog slechts historische waarde. Zijn gelegenheidscompositie op de installatie van Prins Willem V [...] is uitsluitend van historisch belang. Van zijn theoretischen arbeid kennen wij een in 1782 te Den Haag uitgegeven ‘Proeve over de natuur der harmonie in de Generaal bas benevens een onderricht eener korte en regelmatige becijffering’, een werkje van weinig beteekenis''".<ref>[http://www.dbnl.org/tekst/balf002muzi01_01/balf002muzi01_01_0014.htm] D.J. Balfoort, ''Het muziekleven in Nederland in de 17de en 18de eeuw'', P.N. van Kampen & Zoon, Amsterdam 1938</ref>
Op de weblocatie van de Koninklijke Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis vellen Ton Braas en Odilia Vermeulen een genuanceerder oordeel in hun toelichting op de heruitgave van ''Der Tod Jesu'' in de reeks ''Schatten van de Nederlandse koormuziek'': ''”Ofschoon geen pionier, maakte Graf wel een evidente ontwikkeling door in zijn tientallen symfonieën, concerten, kwintetten, kwartetten, trio's, duo's en werken voor één instrument. Terwijl zijn opus 1 nog overeenkomsten vertoont met late composities uit de barok, zit hij stilistisch vervolgens dichter bij de "[[Mannheimer Schule|Mannheimers]]" en de jongere zonen van [[Johann Sebastian Bach]]. ''Der Tod Jesu'' (1802), Grafs laatste en meest gerijpte werk dat hij op 79-jarige leeftijd schreef, past qua stijl meer bij de oratoria van [[Joseph Haydn]]. Wat [[instrumentatie]] en vorm betreft, heeft Graaf zich aan de conventies van zijn tijd gehouden. In harmonisch opzicht zijn de meeste composities ongecompliceerd van opzet. Maar melodisch en ritmisch is hij soms tot verrassende vondsten gekomen”''.<ref>[https://web.archive.org/web/20070530012525/http://www.kvnm.nl/current/03Catalogus/TDCM_8.htm] Ton Braas & Odilia Vermeulen op de weblocatie van de KVNM over ''Der Tod Jesu'' (1802) van Christian Ernst Graf</ref>
==Discografie==
*''Baroque in Holland,'' [[Ton Koopman]], Wilbert Hazelzet, Leo-Hans Koomeef, Cappella Breda, [[Daan Manneke]], Pieter van Houwelingen, Henk Dekker, Naomi Hirschfeld, Pieter-Jan Belder, Monica Huggett, Il Quadrifoglio, Brisk Recorder Quartet, Ensemble Pont de la Virtue, Erasmus Music Productions, WVH
*''Kalm, kalm en andere Nederlandse liedjes'', [[Jasperina de Jong]] & Lieuwe Visser, NM Classics NM 92071
*''Four Hundred Years Of Dutch Music-Volume 2'', Residentie Orkest o.l.v. Antal Dorati, Ernest Bour, [[Nikolaus Harnoncourt]], Ton Koopman, 1996,
*''Hef Aan, Bataaf! Nederlandse Muziek rond 1795'', Ensemble Pont de la Virtue, dubbel cd, Erasmus Music Productions, WVH 187/188, 1997
*''A musical anthology of the Northern Netherlands'', verschillende uitvoerders, NM Special NM 93004
*''Een Muzikale Anthologie der [[Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden|Noordelijke Nederlanden]] [[1600]]-[[2000]]'', verschillende uitvoerders, NM Special NM 903002
*''From the Music Collection of Anders Chydenius'', Mikail Helasvuo, Ostrobothnian Chamber Orchestra o.l.v. Juha Kangas, Alba, [[2004]]
*''Crowning Glory - Zappa Symphonies'', o.a. Christian Ernst Graaf: Symphony in D Op. 14 No. 1, Simon Murphy: New Dutch Academy, Caroline Kang Cello, [[2009]], PentaTone Classics PTC 5186 365
==Externe link==
{{commonscat}}
==Voetnoten==
{{references}}
{{DEFAULTSORT:Graf, Christian Ernst}}
[[Categorie:Duits componist]]
[[Categorie:Nederlands componist]]
[[Categorie:Klassiek componist]]All content in the above text box is licensed under the Creative Commons Attribution-ShareAlike license Version 4 and was originally sourced from https://nl.wikipedia.org/w/index.php?oldid=49479489.
![]() ![]() This site is not affiliated with or endorsed in any way by the Wikimedia Foundation or any of its affiliates. In fact, we fucking despise them.
|