Difference between revisions 64203 and 78228 on nlwikinews

{{Uitnodiging}}
{{Datum|23 januari 2017}}

De minister van Veiligheid en Justitie reageert n.a.v. een publicatie van ''[[w:nl:Nieuwsuur|Nieuwsuur]]'', 23 januari 2017:

Ten aanzien van de vragen van ''Nieuwsuur'' merk ik op dat de hierna volgende informatie bij de Commissie Oosting bekend was, in zijnhaar rapport vermeld staat en/of in het Kamerdebat aan de orde is geweest: 
 
De Commissie Oosting heeft bij het verrichten van haar onderzoek de beschikking gehad over alle e-mails van het Kamerlid Van der Steur aan de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie inzake het dossier Cees H. Zo ook dit document. Dat blijkt ook uit hetgeen beschreven staat op pagina 149 van het rapport van Commissie Oosting-II:  
 
“Op zondagavond 8 maart 2015, om 20.26 uur (nog voor de vondst van ‘het bonnetje’) stuurde de waarnemend politiek assistent op verzoek van minister Opstelten de concept-antwoorden en een concept voor een begeleidende Kamerbrief per e-mail naar het Kamerlid Van der Steur. Deze antwoordde op maandag 9 maart 2015, 10.16 uur, met een aantal vragen en tekstuele suggesties.” 
 
Zoals ook blijkt uit mijn gespreksverslag (als bijlage meegestuurd met mijn Kamerbrief van 25 mei 2016)  heb ik in mijn hoedanigheid als Kamerlid bij het beoordelen van teksten van brieven of adviezen aan de minister altijd drie hoofdvragen gehanteerd: begrijp ik wat er staat, roept het vragen op die niet door de tekst worden beantwoord (met de twee opties óf niet oproepen van de vraag óf die vraag ook beantwoorden) en klopt het met hetgeen eerder aan mij als Kamerlid is meegedeeld.  
 
In de beantwoording van de schriftelijke vragen van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie (TK 2015-2016, 34 362, nr. 5, p. 4) voorafgaand aan het debat heb ik op dit bewuste punt reeds het volgende aangegeven:  
 
“De heer Teeven heeft op 4 maart 2015 in het gesprek over de uitzending van ''Nieuwsuur'' uit zijn geheugen verschillende bedragen genoemd (2 miljoen, 2,2 miljoen en 4,8 miljoen gulden) die niet overeenkwamen met het bedrag dat Nieuwsuur had aangekondigd die avond te gaan noemen. Op 9 maart 2015 werden mij en de heer Dijkhoff, in onze hoedanigheid van Kamerlid, de bedragen 2,3 miljoen gulden als hoofdsom en 4,8 miljoen gulden als rente op rente bekend (tezamen 7,1 miljoen gulden). Die bedragen klopten niet met het door ''Nieuwsuur'' bekend gemaakte en door de vondst van het bonnetje op het departement bevestigde feitelijke bedrag dat werd overgemaakt. De gespreksnotitie hebben de heer Dijkhoff en ik niet eerder gelezen dan in het rapport van de commissie  -Oosting. Van de heer Dijkhoff heb ik begrepen dat, na mijn vertrek, DG Roes op 9 maart wel gebruik heeft gemaakt van zijn gespreksnotitie om, deels via parafrases en citaten, vragen van de heer Dijkhoff te beantwoorden. De notitie is toen niet integraal voorgelezen en de heer Dijkhoff heeft deze ook niet zelf gelezen.” 
 
(contracted; show full)|uitgever=Rijksoverheid, Nederland
|datum=23 januari 2017}}

{{Rijksoverheid}}

{{Publiceer}}

[[Category:Nederland]]